8 Populairste Hondensporten

Hondensport is de perfecte manier om je hond te voorzien in zijn natuurlijke behoeften om aan het werk te gaan. Tegenwoordig zijn er een hoop hondensporten die nog te maken hebben met het originele gebruiksdoel van de hond, maar ook moderne hondensporten die niet meer het originele werk van honden omvatten. Ook de moderne hondensporten zijn goede manieren om tegemoet te komen aan het werkdrift van je hond, de energie van je hond in banen te leiden en hem blij te maken. Als je wilt weten welke hondensporten er allemaal zijn, dan heb je een lange lijst door te lezen. Hieronder heb ik een overzicht gemaakt van de 8 meest populaire hondensporten, waarbij er een leuke optie voor elke hond tussen zit.

Agility

Agility is een leuke hondensport voor hond en baas, waarbij de hond in een voorgeschreven volgorde een parcours aflegt met verschillende hindernissen. Dit moeten ze zo snel mogelijk binnen een bepaalde tijd en zonder fouten doen.

De baas moet de hond sturen op stem en met gebaren en mag de hond en de hindernissen niet aanraken. Doordat je goed moet samen werken versterkt het de band met je hond en krijg je ook nog eens een beter opgevoede hond. Ook verbeterd Agility het atletische vermogen en snelheid van je hond en jezelf.

Voor wie?

Het belangrijkste bij Agility is dat jijzelf en je hond het leuk hebben. In principe kan elke gezonde hond van minimaal 1 jaar oud op recreatief niveau meedoen.

Voor bepaalde honden is het wel een minder geschikte hondensport, namelijk honden die erg groot of zwaar zijn, maar ook honden met een lang lichaam in combinatie met korte poten kunnen minder goed springen.

Als je deze hondensport wilt gaan beoefenen kan je ervoor kiezen om dit recreatief of op wedstrijdniveau te gaan doen. Wedstrijden vinden regelmatig plaats door het hele land heen. En trainingen kan je bij bijna elke kynologenclub of hondenschool wel volgen

Het Parcours

De keurder van de wedstrijd ontwerpt zijn eigen parcours, van wedstrijd tot wedstrijd. In het parcours staan zo’n 15 a 22 hindernissen. De dingen die de hond moet doen zijn:

  • Over een hoogte sprong, breedtesprong, bandsprong of muur heen springen.
  • Door een doorgang van een tunnel of slurf heen rennen.
  • Slalommen door paaltjes.
  • Over raakvlaktoestellen heen rennen en klauteren zoals de kattenloop, A-schutting en de wip wap.

Typen parcoursen

Er zijn 3 verschillende typen parcoursen in agility:

  • Vaste parcours (VP)
    Dit is een parcours dat uit een combinatie van alle hindernissen bestaat. Het hoofdkenmerk van een VP is de aanwezigheid van raakvlakken.
  • Jumping (JP)
    Dit is een parcours die uit alle hindernissen, behalve de raakvlaktoestellen bestaat.
  • Spel
    Het hoofddoel van spel is om de handler en hond de mogelijkheid te bieden om ontspannen tijd te vullen of om als eerste parcours kennis te maken met de hindernissen.

    Een aantal spellen zijn:

    Tijd-fout-uit (TFU), dit is meestal een parcours waarbij de volgorde van de te nemen toestellen vast staat. Hier mag een maximale tijd op gelopen worden, maar er moet gefinisht worden zodra er een fout gemaakt wordt of als de tijd is verstreken. De combinatie met de meeste hindernissen en snelste tijd wint.

    Gambling, hierbij is er geen vaste volgorde van de hindernissen voorgeschreven. Eventueel binnen bepaalde restricties, mag de handler zijn eigen lijnen uitzetten. Hierbij worden er punten door de keurmeester gegeven voor het goed nemen van hindernissen binnen een bepaald vastgestelde maximumtijd. Degene met de snelste tijd en meeste punten wint.

    Er is ook nog een andere vorm hiervan, namelijk Tijd-Gambling. Hierbij geeft de handler vooraf een tijd op die hij nodig denkt te zijn voor het afleggen van het voorgeschreven parcours. De combinatie die de tijd het beste heeft voorspeld wint. Hierbij hebben dus zowel de langzame als snelle combinaties een kans om te winnen.

    Knock-out, hierbij word er door twee combinatie tegelijkertijd twee parallelparcoursen afgelegd. De combinatie met de minste fouten en de snelste tijd gaat door naar de volgende ronde.

    Piekenrace, Vaak word dit aan het einde van ene wedstrijddag georganiseerd. Er wordt dan een kort en snel parcours opgezet, waarbij er tegen betaling geprobeerd mag worden op deze zo snel mogelijk af te leggen. Meestal zijn de kosten €0,50 per keer (vroeger 1 gulden, vandaar de naam “piekenrace”) en de opbrengst gaat naar de organiserende vereniging of naar een goed doel.

Geschiedenis

Agility is gebasseerd op het parcours springen bij paarden, maar gaat om meer dan hoogte en breedte sprongen. De honden moeten ook door tunnels rennen, over obstakels klimmen en door paaltjes heen slalommen.

Het werd voor het eerst getoond aan het grotere publiek tijdens de Crufts van 1978 in de vorm van een demonstratie. Het werd als een pauzenummer gebracht tussen de Obedience en de eindkeuring. Peter Meanwell staat te boek als de ‘’uitvinder’’ van deze nieuwe vorm van hondensport. Hij is degene die het parcours ontwierp voor dat historische moment.

In Nederland werd de eerste demonstratie in 1979 geheven op de Winner-tentoonstelling door KC  de Hofstad uit Den Haag. De Nederlandse Vereniging voor instructeurs in hondenopleiding en –opvoeding (O&O) heeft voor de verdere introductie in Nederland gezorgd. Zij nodigden een aantal Engels instructeurs uit om trainingen en demonstraties te geven.

In 1982 kwamen de Engelsen met -toestellen naar Nederland toe. Zij maakten, vergezeld door bestuursleden van O&O, een tournee langs Axel, de Hoekse Waard, Hoorn, Zwolle en Roermond.

In het begin werden de hindernissen in een vaste volgorde gelopen, hierdoor was het bij sommige combinaties mogelijk voor de handler om in het midden te blijven staan en zijn hond over de hindernissen te sturen. Al snel werd dit verander en werden de hindernissen in wisselende volgordes geplaatst. Hierdoor kwam er meer actie en spanning in de hondensport. En waar de handler eerst alleen de hond aan de linkerhand had, werd er nu ook gewisseld en liep de hond aan de rechterhand.

Ook de hindernissen zijn erg veranderd door de jaren heen. Er waren in het begin namelijk geen voorschriften, dus elke vereniging had zijn eigen hindernissen gemaakt met hun eigen afmetingen. Dit gaf het geheel een rommelige indruk. Zo hadden sommigen de tunnels bijvoorbeeld van metaal in een s vorm gemaakt en dit was soms gedaan door gewoon 3 olievaten aan elkaar te lassen.

Dit veranderde nadat Paul en Loes van den Boogaard in 1983 voor het eerst en naar een voorbeeld van de Britse Kennelclub, een blad hadden uitgegeven met de tekeningen en maten van de hindernissen om meer tot een eenheid uit te komen.

Hedendaags is Agility de hardst groeiende hondensport in Nederland. Veel honden en bazen hebben hier veel plezier in. Bijna alle Kynologenclubs en hondenscholen bieden dan ook wel lessen hierin aan, dit voor zowel recreanten als wedstrijdlopers. Maar ook wordt de hondensport internationaal steeds populairder.

Warmgelopen voor de sport?

Mocht je nou helemaal enthousiast geworden zijn voor deze hondensport en je wilt meer weten m.b.t. bijvoorbeeld wedstrijden lopen, neem dan een kijkje op onderstaande websites:

www.agilityclub.nl

www.houdenvanhonden.nl/actief-met-je-hond/sporten-met-je-hond/agility/

En ben je opzoek naar een kynolgenclub, kijk dan even op de onderstaande link:

https://www.houdenvanhonden.nl/zoek-een-vereniging/kc/

Dogfrisbee

Dogfrisbee kan je zowel recreatief als in wedstrijdverband doen. Het is een goede manier om de conditie van je hond te verbeteren. In deze hondensport kan je veel creativiteit en afwisseling kwijt.

Voor wie?

De sport is voor bijna alle hondenrassen en alle mensen, mits er op eigen intensiteit getraind wordt. Niet alle honden(rassen) zullen hiervoor makkelijk te motiveren zijn, of zijn qua bouw niet in de wieg gelegd voor de sport.

Voor grote rassen kan het rennen en springen er belastend zijn voor de gewrichten. En ook rassen met erg korte neuzen zullen meer moeite hebben om de frisbee in hun bek te houden.

Met name werkhonden zullen het geweldig vinden om de frisbee te vangen. Je kan zelfs al met een jonge hond (onder de 18 maanden) beginnen, maar je moet dan wel een aantal veiligheidsaspecten handhaven:

  • De keuze van de worpen (floaters, handtakes, rollers).
  • Intensiteit: je moet op tijd stoppen en goed zien wanneer de hond moe is. Niet te vaak in de week fribeeën.
  • Hoogte: Niet springen.

Voor de 18 maanden kan je veel doggydance aspecten inbouwen in je routine.

Voor senioren gelden dezelfde veiligheidsregels als voor de jonge honden.

Verschillende disciplines

In de Dogfrisbee sport zijn er verschillende disciplines die je kan beoefenen. Maar de belangrijkste 2 zijn Freestyle en Toss & Fetch.

  • Freestyle
    Freestyle kan je zien als een combinatie tussen apporteren, Doggydance en Gehoorzaamheid. Hierbij moeten er verschillende elementen en worpen getoond worden in een routine op muziek naar eigen keuze, hier heb je dan 2 minuten voor. Tijdens deze routine heb je 5 tot 10 frisbees die je kan opgooien.
  • Toss & Fetch
    Hierbij werk je met één frisbee die de hond over een grote afstand moet vangen en weer terug moet brengen. Voor de veiligheid stuur je de hond elke keer achter je langs en daarna pas naar voren. Je krijgt 1 minuut om de frisbee zo vaak en ver mogelijk te gooien binnen een vak van 20×50 meter. Dit terrein is verdeeld in vakken en vaak zitten hier ook nog extra bonusvakken in.

Waar de sport beoefenen

Voor het vergroten van de veiligheid doordat je de juiste technieken leert te gebruiken kan je het beste eerst een cursus gaan volgen. Anders kunnen jij en je hond blessures oplopen.

Verder kan je deze hondensport gewoon buiten doen op een egaal grasveld of een zandvlakte. Maar ook een manege of rijhal zijn hier zeer geschikt voor. Dogfrisbee beoefenen op een oneffen terrein, in mul zand, op kuntsgras, een glad oppervlakte of op straat is allemaal niet verstandig. Niet alleen je hond kan zich dan snel bezeren maar ook liggen er voor jezelf ongelukken op de loer.

Wat heb je nodig

Voor Dogfrisbee heb je natuurlijk een frisbee nodig, maar dit kan niet zomaar een frisbee zijn. Hardplastic frisbees zijn niet geschikt, omdat deze vaak te scherp zijn en je hond hierdoor blessures kan oplopen. Je moet een speciale zachtkunstof frisbee hebben die je dubbel kan vouwen zonder dat hij breekt.

Geschiedenis

Dogfrisbee bestaat sinds 1974 in Amerika. Alex Stein liet samen met zijn whippet Ashley voor het eerst aan mensen zien dat frisbee niet alleen maar leuk in voor mensen. Hij smokkelde haar het baseballstation in en tussen de 7e en 8e inning rende hij het veld op en gaf een geweldige show van ca 8 minuten. Hij werd hiervoor gearresteerd, maar had hiermee wel de basis gelegd voor Dogfrisbee. Jaren op rij hebben ze wereldkampioenschappen gewonnen.

Deze Amerikaanse hondensport werd in 1998 door Frans van Rooij en Renate den Haan geïntroduceerd in Nederland. Ook waren zij de eerste in Nederland die een dogfrisbeeclub oprichtten genaamd Frisbee Maniacs.

Warmgelopen voor de sport?

Mocht je nou helemaal enthousiast geworden zijn voor de sport en je wilt meer weten, neem dan een kijkje op de volgende website:

www.dogfrisbee.nl

Voor een overzicht van clubs waar je je bij kan aansluiten:

www.dogfrisbee.nl/clubs-en-demoteams/

En voor frisbees en info kan je terecht op:

http://www.flyemhigh.nl/webshop/

www.frisbeewinkel.nl/?cPath=96&osCsid=02f8f36457be046b60dda83a485229b0

IPO (Pakwerk)

IPO Staat voor Internationale Prüfungs Ordnung en zoals de naam al doet vermoeden, komt deze hondensport uit Duitsland. De sport bevat drie onderdelen, namelijk speuren, appèl en het pakwerk. Bij de oefeningen moet de hond op een sportieve wijze voorgebracht worden en de hond moet alles vrolijk uitvoeren.

Voor wie?

Voorheen was deze hondensport alleen voorbehouden aan enkele rasverenigingen, maar na de oprichting van de N.B.G. (Nederlandse Bond voor Gebruikshonden) werd de sport ook toegankelijk voor niet rashonden. Voor deelname aan de sport zijn de zogenaamde ‘werkhonden’ het meest geschikt. Hieronder vallen onder andere:

  • Mechels herders
  • Duitse herders
  • Hollandse herders
  • Witte herders
  • Rottweilers
  • Boxers
  • Dobermanns
  • Beaucerons
  • Hovawarts
  • Bouviers
  • Airdaile Terriërs
  • Riesenschnauzers
  • Australian cattle dogs

Maar het kunnen ook kruisingen van deze rassen zijn. Vechthonden en kruisingen en verwanten hiervan zijn NIET geschikt voor de sport.

Andere eigenschappen die je hond moet hebben voor IPO zijn:

  • Buitdrift hebben
  • Graag apporteren
  • Graag speuren
  • Willen werken voor de baas
  • Sociaal
  • Stabiel
  • Open/vrij karakter

Angstige en agressieve honden zijn NIET geschikt voor de sport.

Speuren

Bij het speuren moet de hond een uitgelopen spoor precies volgen. Op dit spoor moeten ze enkele voorwerpen vinden. Bij het speuren loopt de geleider op ongeveer 10 meter recht achter de hond aan. Wanneer de hond een voorwerp vindt mag deze hem naar de geleider toebrengen of de plaats aangeven waar het voorwerp ligt. Afhankelijk van het niveau is het parcours 350 tot 600 passen lang en het spoor tussen de 20 en 60 minuten oud.

Appèl

Het onderdeel appèl bestaat uit meerdere oefeningen, zoals het los volgen en vooruitsturen. De hond moet de opdrachten netjes en vrolijk uitvoeren.

Bij het volgen moet de hond kort naast de geleider lopen en mag niet snuffelen.

Bij het vooruitsturen moet de hond minimaal 25 passen vooruitlopen in een rechte lijn en moet daarna op commando gaan liggen. De hond moet ook op commando gaan zitten of liggen, waarbij de geleider gewoon doorloopt.

Verder moet de hond nog een voorwerp ophalen dat eerder door de geleider is weggegooid. Ook deze oefening moet netjes uitgevoerd worden, dit houdt in dat de hond niet op het voorwerp mag bijten.

Pakwerk

Het pakwerk is het meest bekende onderdeel van IPO en wordt vaak ook als het meest spectaculair gezien. Het is een overweldigend gezicht om de honden met het pakwerk bezig te zien, maar het is bij dit onderdeel heel belangrijk dat de hond goed onder appèl staat. Alleen een hond die goed luistert kan bij dit onderdeel punten scoren. En vergeet ook niet dat een hond die niet goed luistert gevaarlijk kan zijn.

De rode draad bij het pakwerk is dat de hond op commando de pakwerker zelfstandig staande houdt. Zo moet de hond tot maximaal 6 verstekken (schuttingen) inspecteren, waar de pakwerker zich kan verstoppen voor de hond.

Wanneer de hond de pakwerker heeft gevonden, moet hij ervoor zorgen dat deze niet kan vluchten. Maar hierbij mag hij de pakwerker niet aanraken. Daarnaast moet hij ook aan zijn geleider laten weten dat hij de pakwerker heeft gevonden, door te blaffen.

Hierna zal de pakwerker op een nieuwe positie de vlucht inzetten, het is dan de bedoeling dat de hond de vlucht verijdeld. Op het moment dat de pakwerker stilstaat, moet de hond de pakwerker op commando van de geleider loslaten.

Hierna wordt er nog een schijnaanval op de hond gedaan op een lange en korte afstand. De hond met deze schijnaanvallen opvangen. Op het laatst moet de hond samen met zijn geleider de pakwerker van het veld afvoeren.

Wordt een hond niet agressief van IPO?

De doelstelling van IPO is dat een hond zonder aarzelen een pakwerker staande moet kunnen houden. Een echte politiehond zal uiteindelijk in echte gevaarlijke situaties terecht komen, maar IPO-honden krijgen alleen te maken met “toneelspel”.

De honden moeten sociaal blijven en zijn primaire gezelschapsdieren die gewoon met gezinsleden, kinderen en andere dieren omgaan. Het is dus niet de bedoeling om de honden gevaarlijk te maken met IPO-training. IPO is puur een hondensport, waarbij wat al in de hond zit aan potentieel op een gecontroleerde manier gebruikt wordt.

Een goed afgerichte IPO-hond is vaak zelfs betrouwbaarder dan een niet IPO getrainde hond. Dit komt omdat een IPO getrainde hond zijn agressie weet te reguleren. Agressieve honden zijn zelfs helemaal niet welkom bij IPO-trainingen. De honden bijten alleen maar op commando van de geleider en zijn hierbij zelfverzekerd. Er wordt dus niet gebeten vanuit dominante agressie en ook niet vanuit angst.

De hond bijt ook in de mouw van de pakwerker, omdat de hond veel buitdrift heeft. De hond wordt geleerd om de mouw die de pakwerker aanheeft te bemachtigen. Het gaat hem dus om de mouw en niet om de pakwerker. Dus als de pakwerker de mouw weggooit, dan zal de hond achter de mouw aangaan en niet achter de pakwerker aan.

Hoe zit het met de stok die gebruikt wordt?

Iedereen die weleens een pakwerk training heeft gezien, zal zo zijn vragen hebben over de stok die wordt gebruikt. Je zal dan namelijk wel gezien hebben dat de pakwerker de hond met een stok slaat wanneer deze bijt.

Deze stok is een zogenaamde soft stok en is gemaakt van zacht materiaal. De pakwerker zal een aantal dreigslagen geven, die bedoeld zijn om de hond te verjagen. De hond wordt bij deze slagen niet geraakt. Op deze manier wordt de moed van de hond getest. De hond mag dus niet angstig of onzeker op de dreigslagen reageren.

De gevorderde honden krijgen twee echte slagen te verwerken, de vergevorderde honden vier slagen, die over twee verschillende oefeningen verdeeld zijn. De slagen doen geen pijn maar zijn wel irritant.

De plek waar de hond geslagen mag worden staat voorgeschreven in het reglement. Zo mag er bijvoorbeeld niet op de zogenaamde weke delen geslagen worden. De hond moet bij deze slagen moedig en vestberaden de aanval verdedigen door krachtig en energiek in te bijten.

Waar kun je de sport beoefenen?

De hondensport kun je beoefenen op speciale verenigingen die in de sport gespecialiseerd zijn. Natuurlijk kun je een deel van de sport ook al thuis oefenen, zoals het volgen en een spoor volgen. Ook kun je je hond al een beetje laten wennen aan de mouw op jonge leeftijd, zodat het een leuk “speeltje” wordt om te bemachtigen.

Warmgelopen voor de sport?

Je kunt IPO-trainingen doen via de rasvereniging van werkhondenrassen. Zij hebben daarvoor kringgroepen verdeeld over het land. Er zijn ook verenigingen die in deze hondensport gespecialiseerd zijn kijk voor een overzicht van verenigingen bij jou in de buurt op de volgende website:

https://nbg-hondensport.nl/regios

Dock Diving / Dockdogs

Dock Diving is een spectaculaire Amerikaanse hondensport die in Nederland ook steeds bekender en populairder word. De bedoeling bij de sport is dat de hond vanaf een steiger een dummy achterna springt het water in.

Voor wie?

Dock Diving is geschikt voor iedereen die maar wil. De hond moet alleen boven de 6 maanden oud zijn en de hond moet geen lichamelijke gebreken hebben die hem tegenhouden de sport te doen (dit kan ook door ouderdom zijn).

Het is natuurlijk wel belangrijk dat je hond gek is op water en dat hij van een steiger af durft te springen.

De onderdelen

Er zijn verschillende onderdelen in de sport die bepalen wat er belangrijk is aan de sprong.

  • Big Air
    Bij dit onderdeel is de afstand die de hond springt belangrijk. Hij kan een aanloop van zo’n 12 meter nemen en moet dan zo ver mogelijk vanaf de steiger het water in springen om de dummy te pakken. De afstand wordt gemeten vanaf de steiger tot waar de staartaanzet van de hond het water raakt. De afstand wordt met behulp van een computer en camera beelden bepaald.
  • Extreme Vertical
    Hierbij moet de hond zo hoog mogelijk springen vanaf de steiger om de dummy te pakken en om vervolgens in het water te belanden. De dummy wordt in een extender boven het water opgehangen op een afstand van 2,5 meter vanaf de steiger. De hond moet hier de dummy uit pakken. De handler mag per sprong bepalen of de dummy 5 of 10 centimeter hogen moet komen te hangen. Wanneer de hond hem 2 keer achter elkaar mist, dan ben je klaar.
  • Speed Retrieve
    Het is de bedoeling dat de hond zo snel mogelijk een dummy pakt die net boven het water hangt aan het einde van het zwembad. De tijd gaat in wanneer hij de beginlijn passeert en stopt wanneer hij de dummy te pakken heeft. De afstand tussen de beginlijn en de dummy is 17 meter. Bij deze afstand moet hij rennen springen en zwemmen om zijn doel te bereiken.

Beginnen met Dock Diving

Als je wilt starten met deze hondensport zou je een workshop kunnen volgen. Maar je kan ook een steiger bij natuurwater opzoeken en daar beginnen, controleer dan wel uitbundig of er geen obstakels in het water zitten waar je hond zich aan kan verwonden.

Ook op een gewoon veld kan je voor de sport trainen, door bijvoorbeeld aan de kracht van je hond te gaan werken. Maar ook om je hond goed te leren om de dummy uit de lucht te vangen.

Mocht je nou geïnteresseerd zijn geworden in de sport, dan kan je ook eens een kijkje nemen op https://www.dogsports.events/ , hier vind je o.a. meer informatie over de sport en wanneer er evenementen plaatsvinden.

Canicross

Bij Canicross ga je samen met je hond hardlopen door de natuur, hierbij is de hond aan jou verbonden met een lijn en trekt jou vooruit. Het is de bedoeling dat jullie samen zo snel mogelijk een parcours over onverharde paden afleggen.

Geschikte hond

Bij Canicross maakt het niet uit of je hond nou groot of klein is, een ras of geen ras. Alle honden zijn welkom, als ze maar minimaal 1 jaar oud zijn en fysiek in staat zijn om een bepaalde afstand te rennen.

Ook is het wel zo handig dat jullie graag samen hardlopen en dat je ondanks zijn enthousiasme hem nog wel kan sturen met commando’s, je wilt natuurlijk niet omgetrokken worden of een heel ander rondje lopen dan jij in gedachte had.

Afhankelijk van hoe snel, sterk en enthousiast jouw hond is, zal het bij de ene gewoon lekker samen hardlopen zijn en voor de andere zal je veel harder kunnen hardlopen dan normaal dankzij de hond. En dan heb je nog de mensen waarbij het meer op vliegen gaat lijken.

Wat heb je allemaal nodig

Naast een hond die graag met jou gaat rennen, heb je ook een goed passend tuig voor je hond nodig. Let erop dat het tuig je hond niet belemmerd in zijn beweging met rennen en dat het de luchtwegen vrij houdt.

Er zijn genoeg webshops te vinden die speciale tuigjes hiervoor aanbieden. Het is echter zeer verstandig om een afspraak te maken bij een gespecialiseerde shop, zoals Rundog, zodat ze je kunnen helpen met een tuig voor je hond die echt goed zit. Zo paste mijn eigen hond maar 1 tuigje in de hele shop, omdat ze een lastig fysiek heeft. Een goed tuig online bestellen was waarschijnlijk nooit gelukt.

Voor jezelf moet je een heupgordel hebben, waar je de lijn aan kan bevestigen. De heupgordel kan je ook bij een speciale shop bestellen of ga hem passen bij een speciale shop samen met je hond, zodat je verschillende soorten kan uitproberen. Zo merkte ik bij het de ene heupgordel een vervelende druk op m’n heupen en de andere zat als gegoten.

Als laatste moet je een elastische lijn hebben die jou en je hond verbindt.

Vergeet niet voor een paar goede hardloopschoenen te kiezen. Ga voor speciale hardloopschoenen voor onverhard lopen. Deze schoenen hebben een zeer grof profiel, zodat je veel grip hebt.

Warmgelopen voor de sport?

Mocht je nou helemaal enthousiast geworden zijn voor deze hondensport en je wilt meer weten, neem dan een kijkje op de volgende website:

https://www.canicrossnederland.nl

En voor Canicross gear en info kan je terecht op:

https://rundog.nl/44-canicross

https://www.runwithpride.nl/Canicross-en-Canitrail

Apporteersport

Apporteersport is een hondensport waarbij het appèl, doorzettingsvermogen en intelligentie van zowel de hond als de begeleider op de proef worden gesteld. Deze hondensport is afgeleid uit de jachtsport, maar hierbij mogen er alleen honden uit de jachthonden groep meedoen en kruisingen hiermee.

Veel mensen willen niet met dood wild, zoals konijnen en eenden trainen. De sport zo aangepast door de FHN, dat de proeven voor alle honden uitvoerbaar zijn. Daarnaast wordt er bij apporteersport gebruik gemaakt van zowel houten als kunststof apporteerblokken en dummys. Er wordt dus niet met dood wild gewerkt.

De hond moet over en door verschillende (water) hindernissen en obstakels zijn dummy of apporteerblok vinden en deze vervolgens weer bij de begeleider terugbrengen. Ook moeten ze verloren apporten zoeken in bijvoorbeeld het bos. En bij de sport horen ook een aantal gehoorzaamheidsoefeningen.

Je kan ook diloma’s halen in deze sport, alleen moet je wel wedstrijden lopen om deze te kunnen behalen.

De oefening van diploma A zijn:

Aangelijnd en los volgen.

Hierbij lopen hond en begeleider samen een traject van zo’n 40 meter in een soort zandloper vorm. Eerst wordt dit aangelijnd gedaan en vervolgend los.

Komen op bevel met verleiding.

De hond moet over een afstand van zo’n 30 meter in een rechte lijn naar de begeleider komen, wanneer deze hem roept. Op de route liggen op een afstand van zo’n 3 a 5 meter van de ideale lijn allerlei verleidingen.

Houden van de aangewezen plaats.

De hond moet zonder halsband of lijn 2 minuten lang op de aangewezen plaats blijven met zijn begeleider uit zicht, totdat deze hem weer ophaald.

Apport te land.

binnen handbereik terug brengen bij de begeleider.

Apport over hindernis

De hond moet de apport, die op zo’n 30 meter afstand is opgegooid, achter een hindernis, binnen handbereik terug brengen bij de begeleider. De hond en de begeleider staan zo’n 3 meter voor de hindernis opgesteld en de apport dient dusdanig gegooid te worden dat de hond het door de lucht ziet vliegen en neerkomen.

Voor diploma B komen de volgende oefeningen erbij:

Verloren apport te land

De hond moet zelfstandig in een beperkt gebied met verleidingen zijn apport zoeken. Zowel de hond als de begeleider weten niet waar deze verstopt ligt. Nadat de hond het gebied in is gestuurd om te gaan zoeken, moet de begeleider uit het zicht verdwijnen en mag pas weer in zicht komen om het apport in ontvangst te nemen wanneer de hond de apport heeft gevonden.

Markeerapport te land

Het apport word op een afstand van zo’n 60 meter opgegooid. Het wegwerpen is voor de hond zichtbaar, maar kan het apport niet zien liggen. De hond moet wanneer hij het signaal krijgt van de begeleider, het apport doelbewust ophalen. Hij heeft dus moeten onthouden waar het apport was geland.

Combinatie appèl en apport

De hond word vanuit de inzetplaats naar de zitplaats gestuurd die op zo’n 30 meter afstand is. Wanneer hij binnen 5 meter van het markeerpunt is moet hij op commando gaan zitten. Hierna word in een haakse hoek vanaf de inzetplaat het apport opgegooid op een afstand van zo’n 10 meter. De hond moet vervolgens eerst bij de begeleider terug geroepen worden, die hem hierna mag uitsturen om het apport op te halen.

Voor diploma C komen de volgende oefeningen erbij:

Dirigeerproef te land

De hond moet het apport apporteren vanaf een plek waarvan de hond niet weet waar hij is, maar de begeleider wel. Het apport ligt op zo’n 90 meter bij de begeleider vandaan. De hond wordt eerst naar een stoppunt gedirigeerd en vanuit daar nog zo’n 30 meter verder naar de valplaats. Vanaf de stopplaats is wel een aanzienlijke richtingscorrectie nodig om de valplaats te bereiken.

Apporteren vanuit linie

De proef begint op maximaal 50 meter vanaf de waterkant/-bak. Samen met minimaal 2 andere combinaties, met een onderlinge afstand van 5 meter, moeten ze in de door de keurmeester gelopen richting lopen.

Na ongeveer 20 meter wordt er een schot gegeven van een dummylauncher of een startpistool, waarna alle combinaties halt houden. De hond moet dan uit eigen beweging of na maximaal 1 commando gaan zitten, liggen of stilstaan.

Op aanwijzing van de keurmeester wordt er een apport in het water gegooid. Hierna moet er verder gelopen worden.

Na zo’n 10 meter geeft de keurmeester het commando links of rechtsomkeer en moeten de combinaties terug lopen naar het beginpunt.

Hier wordt er weer een links of rechtsomkeer gegeven en word er halt gehouden. Daarna word de begeleider geroepen en moet de hond het apport gaan apporteren

Apport door water

Het apport word opgegooid op een afstand van zo’n 30 meter opgegooid, zonder dat de hond dit zien. Het apport moet neerkomen op zo’n 3 meter vanaf het water.

Warmgelopen voor de sport?

Mocht je nou helemaal enthousiast geworden zijn voor deze hondensport en je wilt meer weten, neem dan een kijkje op de websites van het FHN:

http://www.fhn.nl/?page_id=284

Doggydance

Ben jij gek op dansen en je hond trucjes aanleren? Dan kan Doggydance weleens de hondensport voor jou zijn. Bij Doggydance voer je samen met je hond op de maat van muziek een combinatie van trucjes en oefeningen uit.

Het leuke is dat je zelf een routine in elkaar mag zetten, hierbij kan je rekening houden met de talenten van je hond. Je kan dit recreatief beoefenen maar ook meedoen met wedstrijden.

Voor wie?

Doggydance is voor alle gezonde honden geschikt. Het is belangrijk dat de hond gezond is in verband met het snelle reageren, draaien, springen en achteruitlopen. Het ene ras zal zich soepeler kunnen bewegen dan de ander en zal liever samenwerken met de baas dan de ander. Zo zal een Border Collie meer ingewikkelde oefeningen kunnen dan een Engelse Bulldog, maar ook die zou er veel plezier aan kunnen beleven.

Een baasgerichte hond met een grote will to please is erg geschikt voor deze hondensport. Als je hond liever sporen volgt of een duik neemt in het water, dan kan je daar misschien beter wat anders mee gaan doen dan Doggydance.

Houd ook rekening met honden met overgewicht en senioren. Twijfel je of je hond het wel of niet kan? Bespreek dit dan met je dierenarts. En om aan wedstrijden deel te mogen nemen, moet de hond minimaal 6 maanden oud zijn.

Verschillende disciplines

Deze tak van hondensport is ontzettend afwisselend. Niet alleen heb je een groot scala aan trucjes en bewegingen, maar deze kan je ook nog op allemaal verschillende manieren aan elkaar plakken om een mooie show te geven.

In de Doggydance zijn er 2 verschillende disciplines:

  • Canine Freestyle
    Hierbij bestaat er een grote variëteit in trucjes en bewegingen die worden uitgevoerd op muziek. Hoe origineler en afwisselender, hoe beter. De hond mag hierbij een flink aantal meters van de eigenaar wijken om een mooie show neer te zetten.
  • Heelwork to music
    Dit is gebaseerd op volgwerk op muziek. De hond mag hierbij niet meer dan 1,5 meter van zijn baas afwijken. Hij mag zich wel aan alle kanten van de baas bevinden en terwijl de baas zich alle kanten om mag bewegen, moet hij naadloos volgen.

Beginnen met Doggydance

Om alle verschillende trucjes en bewegingen aan je hond te leren is veel geduld en discipline nodig. Maar gelukkig zijn veel honden erg enthousiast om allemaal nieuwe dingen te leren en samen te spelen met de baas.

Je zou eerst verschillende oefeningen los van elkaar moeten aanleren. Je kan hierbij denken aan je hond leren volgen (voor en achteruit), draaien, door de benen lopen en springen. Wanneer je al een aantal oefeningen onder de knie hebt, kan je ze aan elkaar vast gaan plakken en al een vloeiend geheel maken voor jullie eerste dans samen.

Het belangrijkste tijden het trainen en de wedstrijden is dat jullie samen plezier hebben. Probeer tijdens het trainen dan ook uit te vinden wat voor jouw hond de leukste beloning is. Dit kan bijvoorbeeld wat lekkers zijn, een dikke knuffel of een leuk speeltje.

Je kan de sport lekker thuis beoefenen, maar ook sommige kynologenclubs bieden hier lessen in aan. Een overzicht hiervan kan je vinden op http://www.nddb.nl/index.php/lessen

Flyball

Flyball is een echte hondensport, die uit, simpel gezegd, vier hekjes en een ballenapparaat bestaat. En een balgekke hond en enthousiaste baas zijn natuurlijk ook erg belangrijk.

De hond moet zo snel mogelijk over de vier hekjes heen springen naar het ballenapparaat toe. Hij moet het apparaat aantikken, zodat de bal tevoorschijn komt, de bal pakken en weer zo snel mogelijk via de hekjes naar zijn baas rennen.

In wedstrijdverband strijden er steeds teams van vier honden tegen elkaar. Je kan het vergelijken met een estafette, maar dan met honden.

Voor wie?

Flyball in geschikt voor elke hond die gek op balletjes is, maar moet wel minimaal 10 maanden oud zijn en de bouw dient geschikt te zijn voor rennen en springen. Daarnaast moet de hond de commando’s zit, los en hier redelijk kunnen uitvoeren en het gedrag van de hond moet sociaal zijn naar mensen en andere honden. 

De ene hond zal de sport in een maand leren en de ander zal er een half jaar over doen. Flyball kost de baas veel geduld, maar dit geduld zal uiteindelijk veel plezier aan de hond en baas geven. Het trainen is veel intensiever dan het lijkt en vergt vaak veel inventiviteit om de hond zo optimaal mogelijk over de baan te krijgen.

Flyballteam

Een wedstrijdteam bestaat uit 6 honden met hun begeleiders, een coach en een ballenlader. Maar bij een wedstrijdstart doen er altijd maar 4 mee. De coach bepaald welke 4 van de 6 honden er mee mogen doen en op welke plaats de hond loopt. Van de 6 honden mogen maar 2 van hetzelfde ras zijn. Hierbij horen ook honden zonder stamboom die wel het uiterlijke vertoon heeft van een rashond. Door deze regel wordt er voorkomen dat alleen de aller snelste hondenrassen meelopen in de snelste teams.

De taak van de ballenlader is ervoor zorgen dat elke hond de juiste bal krijgt op de juiste manier. Hierbij moet hij de hond ook dusdanig verbaal ondersteunen, dat deze een maximale prestatie levert. Er zijn strikte regels waar een ballenlader zich aan dient te houden, waardoor de taak een stuk moeilijk is dan men vaak denkt. Wanneer de ballenlader afwijkt van de regels wordt hij afgevlagd en moet de hond opnieuw lopen. Een slechte ballenlader is dus killing voor het team.

De samenstelling van het team bepaald de coach. Deze geeft aan wie, wanneer en op welke plek loopt. De coach houdt de prestaties van zijn eigen en concurrerende teams bij. Hij zorgt er ook voor dat het team altijd bij de juiste baan staat en motiveert en ondersteund iedereen.

De begeleiders moeten ervoor zorgen dat de honden optimaal in de baan komen, ze moeten gepoept en geplast hebben en eventueel nog wat gedronken of gegeten. Wanneer de honden eenmaal lopen, moeten ze ervoor zorgen dat de hond op de juiste manier start en de baan zo snel mogelijk aflegt.

Flyball aanleren

Je leert flyball door heel veel te oefenen en op veel (kynologen)clubs kan je de hondensport beoefenen en krijg je de juiste begeleiding. Flyball is een echte conditionering sport, dus hoe vaker je het doet, hoe beter de hond het gaat snappen.

In de praktijk blijkt het dat veel honden sneller zijn op de heenweg dan de terugweg. Dit komt omdat de meeste honden zo gek zijn van de bal, dat ze vaak de motivatie missen om ook nog eens snel terug te rennen.

Om er toch voor te kunnen zorgen dat je hond zo snel mogelijk terugkomt, kan je helemaal uit je dak gaan, zodat je hond het leuk vindt om weer snel bij je terug te komen. Een andere manier is om een tweede target te gebruiken die je hond nog leuker vindt dan de bal, zodat hij daarvoor snel bij je terugkomt.

Een ander belangrijk aspect dat aangeleerd moet worden is het wisselen tussen de honden. Dit moet zo strak mogelijk zijn. Bij de ideale wissel gaan de neuzen van de hond die net heeft gelopen en degene die net start tegelijkertijd door de start/finish lijn heen. Hoe groter de afstand is tussen de neuzen, hoe meer tijd de wissel kost en hoe meer tijd je in de race laat liggen. Je moet dus goed inschatten hoe hard je eigen hond loop en hoe hard je voorganger loopt.

Flyball wedstrijd

Wanneer je team het spel goed kent en goed kan wisselen, dan kunnen jullie eens jullie eerste wedstrijd gaan doen. Zo’n wedstrijd bestaat altijd uit een ochtend- en een middagprogramma.

Bij het ochtendprogramma gaat het om de snelste tijd die je als team loopt. Hoe sneller je dit doen, hoe beter de kwalificatie voor de middagronde is. Afhankelijk van het aantal teams in de divisie kan het zijn dat je in de middag een wedstrijd minder mag lopen, als je de winnaar van de ochtend bent.

In de middag wordt er gelopen volgens het ‘dubbele afvalling’ principe. Dit houdt in dat je altijd een keer mag verliezen en dan alsnog in de finale kan belanden. Maar als je twee keer van een tegenstander verliest, dan is het middagprogramma afgelopen voor je team.

Als je in de finale komt zonder te verliezen en deze ook nog eens wint, dan heb je gewonnen en ga je met de beker naar huis. Heb je nog niet eerder verloren, maar verlies je wel in de finale? Dan krijg je nog een herkansing, je mag immers altijd één keer verliezen, en kan je alsnog de winnaar worden.

Warmgelopen voor de sport?

Mocht je nou helemaal warmgelopen zijn voor deze hondensport, neem dan een kijkje bij een kynologenclub bij jou in de buurt om de sport te beoefenen. Niet elke club zal de sport aanbieden, dus kijk eerst even op de website van de kynologenclubs bij jou in de buurt. Door het hele land vindt je geregeld workshops waaraan je mee kan doen en ze geven demonstraties waar je naar kan komen kijken.

Wil je graag meer weten van het wedstrijden aspect van de sport, neem dan een kijkje op:

https://www.flyballcompetitie.nl/

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *